Het stappenplan in het protocol ouderenmishandeling kent 5 fasen:
Fase 1 Vermoeden van mishandeling
- Zet aanwijzingen die het vermoeden onderbouwen op een rij.
- Maak een kleine inventarisatie over de huidige hulpverlening.
- Beoordeel de situatie, schat het acute risico in.
Deze fase staat ook beschreven onder screenen: de gedragssignalen die je observeert kunnen je vermoeden van ouderenmishandeling onderbouwen. Registreer deze.
Fase 2 Overleg met collega’s of andere professionals
- Bespreek het onderbouwde vermoeden met een collega, de leidinggevende of de aandachtfunctionaris en het Advies en Steunpunt Huiselijk geweld wellicht zijn er al eerder vermoedens geuit.
- Houd contact met de betrokkenen
Fase 3 Informatie verzamelen
- Onderzoek de situatie: observeer en rapporteer, houd de frequentie bij en laat eventueel een medisch of psychologisch onderzoek doen.
- Luister goed: zowel naar slachtoffer als pleger, neutraal en feitelijk.
- Let op lichaamstaal en wees geduldig.
- Check of er andere hulpverleners komen en wat zij weten en/of vermoeden.
- Leg waarnemingen zo mogelijk (met tact) voor aan de oudere, vermoedelijke pleger en/of contactpersoon van het slachtoffer.
Tussentijdse actie
Beoordeel de resultaten uit fase 1,2 en 3 en kijk in de tabel voor verdere stappen:
| Situatie |
Situatie 1:geen sprake van mishandeling of twijfel over mishandeling blijft bestaan |
Situatie 2: Er is sprake van mishandeling maar betrokkenen willen geen hulp |
Situatie 3: er is sprake van mishandeling en betrokkenen willen hulp |
| Actie |
Blijf alert, verzamel zo nodig meer info |
Klik op onderstaande link voor meer informatie wat te doen |
Ga verder naar stap 4; beschreven onder kopje interventie
|
| Wie onderneemt actie |
Degene die het gesignaleerd heeft |
Blijf contact houden.
Informeer huisarts
Meld uw vermoeden bij advies en steunpunt huiselijk geweld (ASHG)
Bespreek wie u verder in kunt schakelen met ASHG |
Mishandeling wordt gemeld bij Advies en Steunpunt Huiselijk geweld en aandachtsfunctionaris ouderenmishandeling |