Eenzaamheid komt in alle lagen van de bevolking voor en is in veel gevallen tijdelijk, maar een grote groep is langdurig eenzaam. Eenzaamheid komt vaak voor onder volwassenen van middelbare leeftijd en ouderen.
Het ‘ouder zijn’ is niet de oorzaak van eenzaamheid, maar naarmate men ouder wordt doen ingrijpende levensgebeurtenissen die het risico van vereenzamen met zich meedragen vaker en soms gelijktijdig voor.
Het verlies van de partner, een afnemend sociaal netwerk en een verslechterende gezondheid zijn risicofactoren voor eenzaamheid bij ouderen (Fokkema & de Jong Gierveld, 2003).
Sommige eenzamen zijn sociaal eenzaam, en anderen zijn alleen emotioneel eenzaam. Ook een combinatie kan voorkomen.
Uit de ouderenenquêtes van de GGD Hart voor Brabant en GGD Gelre-IJssel blijkt 40-44% van de 65-plussers niet sociaal noch emotioneel eenzaam te zijn, 8-10% voelt zich emotioneel eenzaam en 15-23% alleen sociaal eenzaam, 18-24% ervaart zowel emotionele als sociale eenzaamheid.
Emotionele eenzaamheid lijkt vaker voor te komen bij de 75-plussers dan bij de ouderen tot 75 jaar (GGD Hollands Noorden, GGD Gelre-IJsel, GGD Amsterdam, GGD Hart voor Brabant).