|
|
- Bij verdenking op slaapapnoesyndroom kan in een slaapcentrum een polysomnografie worden uitgevoerd. Zie hiervoor de richtlijn diagnostiek en behandeling (m.n. pag. 23).
- Bij ernstige slaapstoornissen valt cognitieve gedragstherapie te overwegen (13).
Conclusie
- Slaapstoornissen komen veel voor bij ouderen en het is belangrijk ze te diagnosticeren omdat ze grote gevolgen kunnen hebben.
- Bij ouderen is de slaapfysiologie anders.
- Slaapmiddelen zijn een tijdelijke oplossing.
- Er is zelden aanvullende diagnostiek nodig.
Interventie 
|